Schilderij Hissink Kamper Sociëteit

Een stukje Kamper geschiedenis geschilderd door een kunstenaar die in en om 1849 in Kampen woonde, blijft met de aankoop van 'Sociëteit Vredebest' bewaard! Met steun van Stichting Vrienden is het werk van Dirk Philippus Hissink aangekocht.

Het werk toont een tafel van de Kamper Sociëteit Vredebest met daaromheen acht mannen. Deze mannen zijn in 1950 geïdentificeerd door onderzoek van het Frans Walkate Archief. Het werk is ontstaan in 1848-1849, de periode van de Europese revolutionaire onrusten. Het is goed voor te stellen dat het nieuws uit de afgebeelde kranten voor gespreksstof zorgde.

Een kopie van dit werk was al in de museumcollectie, overgedragen vanuit het Frans Walkate Archief. Het originele werk dat nu is aangekocht is van veel betere kwaliteit. Hierdoor zijn de individuele gelaatstrekken van de afgebeelde personen ook daadwerkelijk herkenbaar.

Aankoop DP Hissink

Kampenaren

Welke Kampenaren zijn afgebeeld?

Op basis van onderzoek door Welcker en Ennema (1950) en een notitie in het Walkate Archief zijn de mannen geïdentificeerd. Links naast de tafel staan W.H. Ziegler en Telleman Crüger. Aan de linkerzijde van de tafel zit de gymnasiumleraar Karel Pieter ter Reehorst. Een Hissink staat voor de tafel en rookt een pijp (onduidelijk is of het gaat om P.H. Hissink (1789-?) of diens oomzegger J.G. Hissink (1830-1901), de Iatere secretaris van Kampen. De gepensioneerde luitenant-kolonel Hermanus Adolf Kloosterhuis zit aan tafel en leest de krant. Naast hem zijn jhr. S.F.P. Meyer en wethouder Jan Jacob Stahl van Holstein in gesprek. De schilder Dirk Philippus Hissink zelf staat achter de tafel een sigaar te roken. Het schilderij moet voor 8 maart 1849 zijn geschilderd, want in de Kamper Courant van die dag wordt het beschreven. Volgens de krant zijn de mannen “meerendeels sprekend getroffen”.

Koloniaal verleden

Het schilderij van Hissink is ook relevant voor het in beeld brengen van Nederlands’ koloniale verleden. De zwarte man Karel Pieter ter Reehorst is in 1817 in Berbice geboren als zoon van Pieter ter Reehorst (1799-1841). Ter Reehorst was daar “planter”, oftewel plantagehouder. Hij onderhield nauwe contacten met andere plantagehouders in Berbice, zoals Van Zadelhoff en De la Sablonière. De moeder van Karel Pieter is onbekend, maar nu we zijn portret kennen, mogen we veronderstellen dat zij een slaafgemaakte vrouw was. Naast al deze documentaire waarde biedt het schilderij van Hissink ons ook nog ‘gewoon’ een inkijkje in het alledaagse leven van de 19de eeuw met bijbehorende kleding en rookgerei.  Een aanwinst voor de collectie van Stedelijk Museum Kampen waarvoor wij de Vrienden hartelijk willen bedanken.